zaterdag

Tegen de haat




‘De nieuwe zieligen’ en ‘De normaliteit van de haat’, twee columns in NRC Handelsblad, op twee opeenvolgende doordeweekse dagen in december 2005. In het eerste artikel schrijft Anil Ramdas de verkiezing van ‘ijzeren Rita’ Verdonk tot beste politicus van het jaar toe aan “autochtonen die het uit nauwelijks verhuld racisme fantastisch vonden dat vreemdelingen uit het land werden gegooid.” In de kwestie van de Kongolese asielzoekers moest de minister volgens hem in de Kamer “een zware knieval maken om datgene waarvoor de rest van de samenleving juist juicht.” En in haar artikel over haat maakt Elsbeth Etty ons eerst deelgenoot van haar boosheid en verdriet over twee leerlingen van een scholengemeenschap in Enschede, die op een condoleance-site naar aanleiding van het overlijden van twee medescholieren hadden geschreven: “Weer twee Turken minder” ... Van die volstrekt begrijpelijke boosheid en dat verdriet komt ze vervolgens, via de Schipholbrand, ook uit bij Rita Verdonk. Die weigerde na de brand om op humanitaire gronden uitzonderingen te maken ten aanzien van de overlevende asielzoekers en Etty vraagt zich af of dát wellicht de reden is “dat mevrouw Verdonk op dit moment volgens opiniepeilingen de populairste minister is”. Een retorische vraag, want volgens de columniste is Verdonk de “personificatie van de haat” en hebben degenen die verlekkerd denken “weer elf asielzoekers minder”, haar tot hun kampioen uitgeroepen.

Hoeveel echte racisten, al dan niet verhuld, zouden er anno 2005 nou rondlopen in Nederland? Let op, ik heb het niet over xenofoben (met een afkeer van alles wat vreemd is) en etnocentristen (die de neiging hebben om de sociale groep waartoe ze behoren, te beschouwen als enige referentiepunt bij de beoordeling van andere groepen). Dáár zijn er vast meer van in ons land - en als je de woorden ‘alles’ en ‘enige’ uit de definities weglaat zelfs véél meer! Nee, het gaat me om racisten. Mensen dus die zich inderdaad verkneukelen als bekend wordt dat afgewezen asielzoekers terug in Afrika worden opgepakt, gevangen gezet en wellicht zelfs gemarteld. Mensen die het een fijne gedachte vinden dat er elf asielzoekers, of althans elf gedetineerden van buitenlandse afkomst, levend zijn verbrand … Racisten, kortom.

Een racist is iemand die van mening is dat het biologische begrip ras ook van toepassing is op mensen, en vindt dat één specifiek ras (meestal het zijne/hare !) superieur is aan andere. Mijn eigen definitie, ik geef het toe, maar een die niet strijdig is met wat de online encyclopedie Wikipedia en Van Dale’s Groot woordenboek van het hedendaags Nederlands erover zeggen – u kunt het nakijken.

Je kunt twisten over de vraag of die twee Enschedese pubers racisten zijn, of misschien potentiële racisten. In elk geval zijn ze harteloos en misselijkmakend, daarover hoef ik niet lang na te denken. Eeuwenlang bestond de wereld in overgrote meerderheid uit xenofoben, etnocentristen en racisten, alleen heette dat toen nog niet zo. In het westen duurde dit tot ruim na de Tweede Wereldoorlog, misschien wel tot aan de opkomst van het begrip holocaust zo’n dertig jaar later. En in de niet-westerse wereld zou ik ze ook heden ten dage niet graag de kost geven, die xenofoben, etnocentristen en racisten! Het is juist die onvermijdelijke associatie met de holocaust die woorden als racist en fascist zo geliefd maakt als wapen in het politieke debat (fascist: militante nationalist en antidemocraat, meestal volgeling van één sterke man of één sterke partij die streeft naar absolute macht over de gehele maatschappij en daarbij geweld niet schuwt). Voor Anil Ramdas en Elsbeth Etty is het eenvoudigweg niet voorstelbaar dat je kritisch kunt zijn jegens hun jarenlang beleden, nee, aanbeden ideaal van De Multiculturele Samenleving, en dus positief jegens het vreemdelingenbeleid van het huidige kabinet, zonder daardoor meteen in de categorie ‘racist/fascist’ te vallen. En toch zou dat wel eens de opvatting kunnen zijn van de meerderheid der Nederlanders. Wat een fout volk, zeg …

Elsbeth Etty heeft overigens wel een sterk punt in haar kritiek op Wessel te Gussinklo’s ‘Brief aan mijn apotheker’ (Trouw, 17 december). Te Gussinklo durft een stem te geven aan het huidige onbehagen van velen wanneer zij, letterlijk, oog in oog staan met zichtbare belijders van de islam: hoe staat deze persoon ten opzichte van het fundamentalisme en de moordzucht van sommige fundamentalisten ? Vóór? Tegen? Begrijpend? Bang? Persoonlijk vind ik dat ondernemers in Nederland wel degelijk eisen mogen stellen aan de kleding van hun personeel (en in de horeca zelfs van hun klanten) zonder het hierboven besproken stempel opgedrukt te krijgen. Maar Etty constateert terecht dat het niet aangaat iemand te veroordelen wegens deze dracht, en wegens het zichtbaar behoren tot een bepaalde sociaal-culturele groep, zonder zelfs maar een woord te hebben gewisseld met de persoon in kwestie. Te Gussinklo’s betoog had inderdaad aan kracht gewonnen als hij ons meer had kunnen vertellen over deze apothekersassistente en misschien zelfs over de overwegingen van haar werkgever. Daarmee is hij echter nog geen racist. En om deTrouw-bijlage Letter & Geest nou meteen weer uit te schelden voor “een riool van haat tegen moslims “… Wellicht volgt er nog een antwoord op de brief en ontstaat er een dialoog. Dat zou Elsbeth Etty, die zo tégen haat is, vast mooi vinden!

Geen opmerkingen: