dinsdag

Liberale democratie en immigratie

Amerikaanse toestanden: het is een uitdrukking die links en linksig Nederland al jaren in de bek bestorven ligt. Een soort folkloristische Pavlov-reactie op alles wat minder aantrekkelijk is of lijkt aan de Verenigde Staten (en dus onwenselijk ‘voor ons’). Natuurlijk valt er op ieder politiek systeem van alles aan te merken, zeker op een open systeem dat geacht wordt zo’n driehonderd miljoen burgers bij elkaar te houden, maar dit vulgair-antiamerikanisme, dat momenteel weer erg populair is in Europa, heb ik altijd potsierlijk gevonden, zeker gegeven de machts- en getalsverhoudingen. En ook gegeven het feit dat Europa sinds de negentiende eeuw Noord-Amerika vroeg of laat in vrijwel alles volgt – én zich in geval van nood ook steeds weer uit de penarie laat helpen door diezelfde vermaledijde Amerikanen …



Alleen daarom al is het verfrissend te horen wat een Amerikaan te zeggen heeft over de huidige staat van ons verdeelde en verwarde continent. En niet de minste Amerikaan: politiek-filosoof Francis Fukuyama, auteur van “‘Het einde van de geschiedenis en de laatste mens”. In “Een liberale democratie is niet cultureel neutraal” (NRC Handelsblad 1/2 oktober 2005) wordt een samenvatting gegeven van diens recente Nexus lezing “The future of democracy. Culture and immigration”.

Welnu, Fukuyama heeft geen goed woord over voor hoe wij in Europa omgaan met het fenomeen immigratie en de daaruit voortvloeiende culture clashes. Door vergaande politieke correctheid en langdurige verdringing van de hele problematiek dreigt volgens hem zelfs een self-fulfilling prophecy: politiek profijt voor extreem-rechts.

Voor een belangrijk deel hebben we dit alles te danken aan iets waar we juist zo ontzettend trots op waren: onze groots opgetuigde verzorgingsstaat, waar we de Amerikanen zo graag de ogen mee uitstaken. Fukuyama stelt een retorische vraag waarmee hij de vinger precies op de wonde plek legt: “Wie van de eerste generatie immigranten voelt zich beter aanvaard in de samenleving ? De moslim die (in Europa) een uitkering krijgt, of de Hispanic in de VS die voor een laag loon werkt” ?

Zijn betoog begint met de constatering van een belangrijk historisch feit: de liberale democratie is ontstaan in drie landen die destijds etnisch en religieus in hoge mate homogeen waren, te weten Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS. Juist daardoor kon de liberale democratie het individu - en de vrijheid van het individu - als uitgangspunt nemen. Fukuyama spreekt van een gat in de moderne politieke theorie. Individuen zijn immers zelden alléén maar individu, maar vrijwel altijd ook lid van een collectiviteit, meestal zelfs van meerdere collectiviteiten tegelijk. Maar de liberale democratie is zó gericht op de samenleving als geheel en op de basisbouwsteen ervan, het vrije, geëmancipeerde individu, dat zij moeite heeft met het verschijnsel van groepen binnen de samenleving.

Fukuyama probeert het gat niet eigenhandig te dichten maar constateert dat de liberale democratie in elk geval niet cultureel neutraal en volstrekt tolerant kan zijn. Als voorbeeld van iets wat onder geen beding kan worden toegelaten, noemt hij de praktijk van de genitale verminking. Hij had natuurlijk talloze andere zaken kunnen noemen: huwelijksdwang, eerwraak en gewelddadigheid en intimidatie in het algemeen, onderdrukking van vrouwen en homo’s, antisemitisme, misdadigheid, mensensmokkel, misbruik van sociale voorzieningen en natuurlijk fundamentalisme en terrorisme …

Zijdelings noemt Fukuyama nog even de traditioneel Nederlandse oplossing voor ‘het gat’, de Verzuiling. Hij waarschuwt tegen eventuele plannen om op de nieuwe uitdagingen van de multi-etnische samenleving te reageren met dergelijke oude politieke recepten. In de eenentwintigste eeuw moet de oplossing volgens hem niet worden gezocht in wat mensen scheidt, maar juist in wat hen kan binden: taal, werk en … nationale identiteit. En het is op die drie punten dat Amerika ons toont hoe het moet – of op zijn minst hoe het óók zou kunnen.

Gelukkig maakt Fukuyama daarbij niet de fout die in de federalistische VS nogal eens gemaakt wordt en projecteert hij de VS niet op ons werelddeel. Integendeel, hij heeft in het geheel geen last van idealistisch wensdenken en windt er geen doekjes om: “De toekomst is aan de natiestaat. De Europese droom bestaat niet.” Scherp gezien! Misschien komt het er ooit nog van, in 2050 of 2500, maar referendumjaar 2005 maakt voorlopig een goede kans de geschiedenisboekjes te halen als het jaar waarin de nationale staat aan zijn comeback begon.

Over die onvermijdelijke terugkeer, en over de noodzakelijke vernieuwing van onze nationale identiteit, zal vast weer veel gegniffeld worden door de oudere jongeren van Gooi en grachtengordel, en veel verwezen naar de jaren vijftig en ‘voor de oorlog’, spruitjeslucht, Mussert, Van Heutz, Colijn. Laat die Vpro-jongens en -meisjes maar … ze kunnen niet anders. Maar als er hoop is, dan ligt die natuurlijk wel degelijk in een soort sluipende vernederlandsing van de minderheden alhier, of als men dat echt niet over de lippen krijgt: verwestersing. Niet op de hypertrofische wijze van onze groot- en overgrootouders natuurlijk ("Wien Neerlands bloed door d'ad’ren vloeit"), en wat mij betreft ook niet alleen maar in de bekende oranje voetbalvariant, maar misschien wel op de milde manier die ons onder andere in Noord-Amerika wordt voorgedaan. En, zoals daar, moet en zal het natuurlijk een combinatie zijn van nationale identiteit en voortgaande individualisering. Daar ziet Fukuyama licht gloren voor de islamitische immigranten; hij stelt zijn hoop op wat Olivier Roy de ‘protestantisering van de islam’ noemt. Op den duur zal ook ieder van hen helemaal zelf bepalen wat hij/zij gelooft en hoe.

Minstens zo interessant als wat Fukuyama in zijn lezing allemaal te berde brengt, is waar hij het niet over heeft. Op twee vragen had hij wat mij betreft nog wel mogen ingaan:
- moeten de landen van Europa de immigratie volgens hem voortaan aan banden leggen (kwantitatief en kwalitatief), net als de Verenigde Staten en de meeste andere historische immigratielanden, en zo ja hoe?
- wat te doen met de Europese Unie (opnieuw: kwantitatief én kwalitatief), nu bijna iedereen accepteert dat die geen United States of Europe zal worden? Is de EU zó hopeloos, inhoudsloos en emotieloos dat je Turkije (en op termijn dus ook Oekraïne, de halve Kaukasus en de Maghreb) ook best aan boord kunt laten komen?

Graag nog eens uitnodigen dus, deze geleerde heer!

Geen opmerkingen: