zondag

Nieuwe veren?

De hoogste tijd om mijn opinieblog nieuw leven in te blazen ! Ik zie dat de laatste tekst alweer dateert van december 2005.
Ik heb in de tussentijd wel tekstjes geschreven, maar die waren meestal niet zo opiniërend of politiek; zij zijn te bewonderen (of niet natuurlijk – het tegenovergestelde van bewonderen schiet me zo gauw niet te binnen) op http://hans-aniba-stukjes.blogspot.com
Dank aan PvdA-spindoctor (ex-spindoctor?) Jacques Monasch want hij is het die me wakker heeft gekust uit mijn politieke winterslaap.
Monasch publiceerde onlangs het manifest ‘Zeven Nieuwe Veren. Zo kan het niet langer met de PvdA’ (www.volkskrant.com/bijlagen/zevennieuweveren.pdf).



Zeven Nieuwe Veren is een pleidooi voor een sociaal democratische koers en politieke regie van, respectievelijk binnen de PvdA. De titel is een verwijzing naar Wim Koks oproep aan de partij om haar ideologische veren af te schudden (1995).
Soms schrijft Monasch “sociaal democratisch” en soms “sociaal-democratisch” (met een streepje). Dat lijkt een detail of een slordigheidje maar is toch niet geheel zonder betekenis. Ik kom daar nog op terug.

Het zal duidelijk zijn: volgens Monasch kan zijn partij niet zonder ideologische veren. Hij was destijds geen tegenstander van het afschudden van de oude, die nog dateerden uit de periode Den Uyl, maar hij vindt het nu toch zoetjesaan tijd dat er iets nieuws voor in de plaats komt, en hij ziet de massale gang van de Nederlandse kiezer naar de rechter- en linkerflank van de politiek als een bevestiging daarvan.

Eens kijken dus hoe dat nieuwe verenpak van de PvdA er volgens Monasch precies zou moeten uitzien. Mijn belangstelling gaat daarbij vooral uit naar de eerste zes ‘veren’, want veer nummer zeven (‘Tijd voor politieke regie’) is weliswaar interessant maar van een heel andere orde dan de andere. Die zevende veer is namelijk niet zozeer een ideologisch inzicht, een politiek standpunt of een politieke aanbeveling, maar veeleer een interne oproep om herinrichting van de partijorganisatie en (tijdelijke) herwaardering van de rol van de partijvoorzitter. Als je wat cynischer bent ingesteld, zou je het ook kunnen zien als een motie van wantrouwen tegen de huidige partijleider. Hoe dat ook zij, reden genoeg om veer nummer zeven hier buiten beschouwing te laten.

4 x O.K.

Bij maar liefst vier van de resterende zes punten heb ik na lezing meteen een dikke O.K. in de kantlijn genoteerd ...
Oppassen geblazen dus, want als de lijn Monasch het wint, val ik straks zo maar in de categorie PvdA-sympathisanten!
Da’s wel even schrikken …

Maar bij veer 1 (Sociaal-democratie betekent sturen, ingrijpen, stimuleren en zelf nadenken) en veer 3 (Inkomenssolidariteit en arbeidsparticipatie) liggen de zaken toch lastiger, dus laten we met die twee beginnen.


Sociaal-democratie betekent sturen, ingrijpen, stimuleren en zelf nadenken”: tja, dat zal wel. Het zou in elk geval (o.a.) al die dingen moeten betekenen. Bij deze uitspraak schreef ik in de kantlijn wat zuinigjes: ‘O.K. maar gratuit’. Ik heb er twee problemen mee. Het eerste is dat je precies hetzelfde kan zeggen over de christen-democratie en zélfs over het moderne liberalisme. Want laten we eerlijk zijn, er is wat afgestuurd en ingegrepen en gestimuleerd (en vooruit: ook nagedacht) in naoorlogs Nederland. En zonder ook maar iets af te willen doen aan het belang van Vadertje Drees, Ome Joop den Uyl en verenschudder Kok, het valt toch niet te ontkennen dat de dienst op en rond het Binnenhof altijd minder is uitgemaakt door de PvdA dan door de christen-democraten en liberalen. Ik wil maar zeggen: die waren en zijn ook niet vies van een potje sturen en stimuleren. Zelfs op de rechtervleugel van de VVD zal je niet veel mensen aantreffen die van mening zijn dat er voor de overheid in onze complexe samenleving in het geheel niets te sturen, in te grijpen of te stimuleren valt, al geef ik toe dat ze daar deels andere antwoorden, hopelijk ook wezenlijk andere antwoorden, zullen geven op vervolgvragen als: hoeveel en wat moet er worden gestuurd, en wat juist niet? hoe? door wie precies? en wat mag ’t kosten?


Streepje

Sinds 1989 is iedereen liberaal. Dat is waar. Maar iedereen is tegenwoordig ook sociaal en democratisch. Welke Nederlandse politieke partij is tegen sociale wetgeving? Welke is antidemocratisch?
Alleen al om die reden valt Monasch’ eerste punt inderdaad in de categorie vedergewicht.

Dat brengt ons op het streepje. Dat iedereen tegenwoordig democratisch is en ook in meer of mindere mate sociaal, betekent beslist niet dat iedereen sociaal-democraat is. Sociaal-democratisch is in de politieke praktijk natuurlijk veel meer dan sociaal plus democratisch. Ziedaar mijn tweede probleem met de openingsstelling van Monasch.


Sociaal-democraten (mét streepje) stammen natuurlijk uit de socialistische familie. Sociaal-democraten over de gehele wereld accepteren weliswaar de markt en het particulier ondernemerschap, maar niet zelden enigszins contre coeur. In die haat-liefde verhouding met het kapitalisme kan nu eens de liefde domineren (Blair, New Labour), dan weer de haat (tegenwoordig minder makkelijk voorbeelden van te vinden maar we hoeven toch niet zo heel ver weg of terug te gaan: de PvdA van Den Uyl, Old Labour, Frankrijk onder Mitterand, de Duitse SPD tot, laten we zeggen, het vertrek van Oskar Lafontaine in 1999, en in Nederland tegenwoordig natuurlijk Marijnissens SP). In elk geval leggen sociaal-democraten en socialisten doorgaans meer nadruk dan hun politieke concurrenten op zaken als:
1. regulering van de markt ter bescherming van de belangen van m.n. werknemers (vakorganisaties), uitkeringsgerechtigden en consumenten;
2. in stand houden of uitbreiden van het systeem van sociale zekerheid;
3. onderwijs en gezondheidszorg voor alle burgers door middel van
overheidssubsidie;
4. sociale wetgeving (minimumloon, arbeidsomstandigheden, ontslagbescherming ...);
5. milieuwetgeving;
6. wetgeving tegen xenofobie, racisme, fundamentalisme,
achterstelling van vrouwen en homoseksuelen;
7. buitenlands beleid gebaseerd op ‘internationale solidariteit’
(ontwikkelingssamenwerking, maar bijvoorbeeld ook militaire
vredesoperaties,humanitaire interventie e.d.);
8. relatief hoge (progressieve) belastingen om e.e.a. te financieren
(het draagkrachtbeginsel: ‘sterkste schouders, zwaarste lasten’).

Let wel, elk van die punten kun je afzonderlijk ook tegenkomen bij andere partijen. En je zult ze ook bij geen enkele sociaal-democratische club allemaal aantreffen, en ze worden zeker niet allemaal even belangrijk gevonden. Maar dit geeft een idee van waar je op moet letten bij het scheiden van het liberale en christen-democratische kaf van het sociaal-democratische koren (of vice versa !).
Zouden we géén van deze punten terugvinden in het manifest van Monasch, dan is de vraag of de nieuwe PvdA die hem voor ogen staat, überhaupt nog sociaal-democratisch mag worden genoemd, of dat hij gewoon accepteert dat de partij sociaal en democratisch is, net als bijvoorbeeld VVD en CDA.



Hoe niet ?


“Sociaal-democratie betekent sturen, ingrijpen, stimuleren en zelf nadenken.” Een belangrijke veer, anders zou de opsteller van het stuk er niet mee beginnen. Maar hij blijft erg vaag over wat dit nu precies moet inhouden; twee dingen in elk geval niet:
1. De politiek mag, waar het de aanpak van problemen met publieke middelen betreft, niet op afstand komen te staan van de dagelijkse praktijk. Uitbesteden aan bijvoorbeeld bedrijven mág, maar “altijd met de mogelijkheid om contractpartners af te rekenen op voortgang en resultaat”. Er dient sprake te zijn van permanente bemoeienis met de uitvoering van het beleid en van permanente improvisatie.
Fair enough, zou ik zeggen …
2. De partij dient zich niet langer te vereenzelvigen met “ambtelijke bureaucratieën, grote instituties en onbewegelijke verdragen.”
Kortom, een eigentijds pleidooi voor een klein maar effectief centraal ambtelijk apparaat (vgl. Fortuyn !). Iedere Nederlander betaalt van elke euro die hij ontvangt, ten minste zo’n 35 cent belasting; in ruil daarvoor mag hij een “5-sterren bestuur” verwachten (veer nr. 2).
Maar hoe bereik je dat ? En is de PvdA, gezien haar geschiedenis en de samenstelling van haar kader en achterban, nou echt de aangewezen groepering om het te bewerkstelligen ?
Op deze vragen krijgt men in het stuk van Monasch geen bevredigend antwoord.
Hij geeft vooral aan hoe het niet moet : niet via de vrije markt (althans niet alleen via de markt - alsof er ook maar iemand is in Nederland die dat anno 2007 zou propageren!), maar ook niet d.m.v. het instrument van het planningssocialisme, want dat ouderwetse instrument noemt hij bot. En óók niet per se door alsmaar verder gaande decentralisatie, want “dat leidt te vaak tot een kopie van hetzelfde probleem.”
Maar nogmaals: hoe moet het dan wél ?


Mandarijnen & Liberalen

De schrijver van het manifest blijft het antwoord schuldig. Ja, er moet binnen de partij een nieuwe mentaliteit komen. Maar da’s juist zo lastig in een typische bestuurderspartij als de PvdA!

En dat realiseert Monasch zich ook wel, want hij weet precies te vertellen wie zo’n nieuwe mentaliteit en die hoognodige nieuwe aanpak binnen de partij blokkeren: de “liberalen” en de “mandarijnen”.
Wie die mandarijnen zijn, weet ik wel. Ik noem ze altijd regenten, maar what’s in a name?
De lijst van PvdA-sauriërs is eindeloos: Ed van Thijn, Jacques Wallage, Jos van Kemenade, Klaas de Vries, Job Cohen, Max van den Berg, Ruud Vreeman enz. enz. enz. En tot voor kort ook de zo rap van de tongriem gesneden Veluwse villabewoner Marcel van Dam (schurkt nu tegen de SP aan ). En last but not least natuurlijk de onvermijdelijke Jan Pronk (tot mijn grote verbazing onlangs door PvdA-jongeren weer naar voren geschoven als kandidaat-partijvoorzitter).




Maar die liberalen ? Die zijn er vast ook, maar van deze stroming wordt hier toch wel een beetje een karikatuur gemaakt: “Binnen de PvdA zou niet langer een dominante plaats moeten worden gegeven aan liberalen die ongeremd de globalisering roemen, te pas en te onpas militair willen ingrijpen, het marktmechanisme als zaligmakend accepteren, met dédain spreken over problemen in het dagelijks leven van mensen en bijvoorbeeld alsnog de Europese grondwet zonder referendum aan de Nederlandse bevolking willen opdringen.”

Nou, nou, wat minder mag ook wel, dacht ik toen ik dit las.

En deze horror-‘liberalen’ nemen momenteel kennelijk zelfs een dominante positie in binnen de partij (samen met de ‘mandarijnen’) ...
Geef toe, het maakt razend nieuwsgierig naar wie dit dan zijn …
Felix Rottenberg ? De mannen van Niet Nix ? Iemand als Rick van der Ploeg?
Of Bram Peper ? (Die is misschien wel mandarijn en liberaal tegelijk.)
Maar die hebben allemaal toch niet zo veel (meer) in de partijpap te brokkelen anno 2007?
Of bedoelt Monasch eigenlijk vooral Wouter Bos zelf ?
En waarom noemt hij deze lieden eigenlijk liberalen?
O ja natuurlijk, ze roemen de globalisering en ze verklaren de markt zalig.
Maar die andere dingen? Ook allemaal héél erg natuurlijk,
maar zijn die nou typisch liberaal …?
Doorgeslagen internationaal interventionisme en militaire zelfoverschatting, dédain voor de gewone man, drammerig doen over de Europese grondwet ….
Of wordt dat allemaal juist weer aan de ’mandarijnen’ toegedicht …?

Monasch gooit wel heel erg veel op een grote hoop, ook al begrijp ik best wel een beetje wat hij bedoelt en vind ik veel van wat hij zegt sympathiek : onderwijzers, verzorgers en agenten centraal stellen, de papier- en regeldruk verregaand terugdringen - wie streeft er niet naar?
Maar voor de PvdA is dit wel een forse draai !

Want ook al hebben CDA en VVD de nodige stenen bijgedragen aan de krankzinnige regeldruk in ons land, en aan de dramatische teloorgang van het onderwijs, toch zijn dit typisch zaken waar een dikke PvdA-handtekening onder staat.
Maar goed, men leert van zijn fouten en mag, nee moet ze proberen te herstellen, dus mij zul je niet horen mopperen …

Behalve dan over de opmerkelijke en aanhoudende afwezigheid
in dit pamflet van ‘het Hoe’….


Madurodam

Echt ‘de-PvdA-als-vanouds’ wordt het bij het tussenkopje ‘De PvdA moet weer zelf leren nadenken en handelen’. Dat blijkt namelijk vooral te verwijzen naar de internationale politiek die de PvdA en Nederland zouden moeten voeren: “op internationaal gebied moet de PvdA zich niet verschuilen achter instituties en verdragen. Moet een veto van China in de Veiligheidsraad onze mening en eventueel acties in bv. Darfur beslissend bepalen?

Ach gossie, de op-één-na grootste partij van Madurodam waarschuwt Peking voor de
allerlaatste keer … !!!

De inzet van Nederlandse troepen in Irak en de steun van de PvdA aan die actie zitten Monasch buitengewoon dwars. Plotseling snuif ik de geur op van ouderwets anti-Amerikanisme … Maar ja, je zal je als sociaal-democratie érgens op
moeten onderscheiden … En symboolpolitiek is ook politiek. Toch ?

Maar tegelijk worden er in Zeven Nieuwe Veren wel zeer wijze woorden gezegd (volgens ondergetekende natuurlijk nog altijd) over de relatie Den Haag-Brussel en over militaire interventies in het algemeen: “Moet een doorgeschoten Europese grondwet en Brusselse bureaucratie bepalen wat wij wel of niet mogen op ons eigen grondgebied?
En: “Militaire interventies zullen (…)minder moeten stoelen op de illusie dat langdurige aanwezigheid effect zal hebben. Dat geldt met name in landen met een geheel andere cultuur en ontwikkelingsperspectief.”
En verderop in het manifest: “Goed dat we naar Afghanistan zijn gegaan, maar straks is een ander aan de beurt. Nederland heeft een buitengewoon belangrijke taak op zich genomen door deel te nemen aan de vredesopbouwmissie in Afghanistan. Een terecht besluit. Immers, Afghanistan was, anders dan Irak, het broeinest van internationaal terrorisme (…). Bij onze internationale verantwoordelijkheden, past ook de verantwoordelijkheid van andere staten. Dat betekent dat na het aflopen van deze termijn, een ander land onze belangrijke taak overneemt.”
Ik ben het hiermee eens maar vind wel dat Monasch dit soort details (beleidskwesties die nu ‘toevallig’ actueel zijn) beter buiten dit betoog over de algemene koers van de sociaal-democratie had kunnen houden.

Verzorgingsstaat

De andere veer waar ik niet ‘O.K.’ bij had genoteerd, was nummer drie: ‘Inkomenssolidariteit en arbeidsparticipatie’. Vooral die eerste term klonk mij bekend - en nogal suspect - in de oren …
Opmerkelijk: ook hier weer een combinatie van gezond realisme (we moeten de verzorgingsstaat betaalbaar houden) en linkserige symboolpolitiek (géén inkomensenclaves voor een kleine elite !). PvdAers kunnen het nu eenmaal gewoon niet hebben dat sommigen meer talent of energie of mazzel hebben dan anderen, en soms dus ook meer geld. Tja, de een is dik, de ander dun. En een wereld zonder storm, migraine, mazelen en zwaartekracht zou ook leuk zijn …. Get a life. C’est la vie !


“De financiering van de verzorgingsstaat is gebaseerd op een brede en substantiële stroom van inkomsten uit belasting en premies en het beperken van de voorzieningen tot hen die het echt nodig hebben. Dat kan alleen als onze arbeidsparticipatie optimaal is en dat is ze allesbehalve.” Helemaal mee eens! Maar een paar woorden over ‘het Hoe’ waren ook hier wel op hun plaats geweest. En waarom niet ook iets gezegd over een eventueel renoveren (afslanken) van het verzorgingsgebouw? Of zijn alle steun- en stimulerings- en subsidieregelingen even belangrijk ? Geen woord hierover. En evenmin over het heetste hangijzer van allemaal: voor wie waren al die arrangementen oorspronkelijk ook al weer bedoeld? Ja, nee, voor wie het ECHT NODIG HEEFT. Dat snap ik: arbeidsparticipatie, eigen broek ophouden, eigen verantwoordelijkheid eerst, wie werken kan, dient te werken voor zijn geld. Het is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar hier zijn Monasch en ik het in elk geval ook al weer roerend over eens.

Maar twee hoe-vraagjes dan toch nog:
ten 1e (het wordt vervelend): hoe ga je de bokken die het ECHT nodig hebben, scheiden van de schapen die het niet nodig hebben (of andersom, daar wil ik vanaf wezen; zo thuis ben ik nou ook weer niet in De Schrift).
En ten 2e : hoe denk je het Nederlandse verzorgingsapparaat af te schermen voor een onbeperkte instroom van nieuwe kansarmen en potentiële kansarmen uit andere landen en werelddelen ? Voor dit gigantische probleem is zelfs nog niet het begin van een oplossing bedacht, hoe hard de Haags elite ons ook wil doen geloven dat het de goede kant opgaat met de integratie en dat de jaren van het Multiculturele Drama al weer ver achter ons liggen.
Stug doordweilen maar en niet teveel letten op de kraan (pardon, hoezo 26.000? plus 14.500 nieuwe asielaanvragen per jaar, plus de instroom van Polen en binnenkort ook van nieuwe EU-genoten uit Roemenië en Bulgarije …). Vind je het dan gek dat het idee ontstaat “van een luie sociaal-democratie die op zoek gaat naar extra inkomsten in plaats van naar structurele oplossingen van een collectief financieringsprobleem” ?

Partij van de Afgunst

Geen antwoord dus op de hierboven gestelde structurele vragen. Sterker nog: Monasch stelt de vragen niet eens. Maar wel weer lekker zaniken over die afschuwelijke topinkomens. Zoals gezegd: symboolpolitiek is ook politiek ... Monasch' gedroomde, vernieuwde PvdA komt hier geen stap verder dan de oude Partij van de Afgunst. Georganiseerde solidariteit ? Ja, gooi het maar in m’n pet. Georganiseerde jaloezie zal hij bedoelen !
En ik begrijp dat gezanik ook niet want allereerst zijn die hoge bonussen vaak een teken van een groeiende en bloeiende economie en ten tweede …. hoeveel procent van die topinkomens vloeit ook alweer meteen weer terug in staatskas ? Precies : 52% !!!!
Maar nee hoor, de helft is niet genoeg voor Monasch – verder afromen, fiscaliseren die handel. Net zoals het voor Pvda-minister Jacqueline Cramer ook niet genoeg is dat mensen die onzuinig omspringen met energie, daarvoor boeten door hogere gas- en electra-kosten. Nee, daar moet nog een straf of een boete of een
maatregel overheen …

Inkomenssolidariteit ? Ja, duh ! Ik vrees dat het hier toch gewoon om ordinaire ouderwets-socialistische nivellering gaat.

Dat van die groeiende en bloeiende economie gaat overigens alleen op voor de topinkomens in het marktsegment. In Neerlands ruim bemeten publieke en semi-publieke sectoren worden eveneens stevige salarissen en bonussen en ontslagpremies getoucheerd – en daar is de samenhang met goede resultaten vaak ver te zoeken. Een van de eerste dingen die Wouter Bos zei toen hij eindelijk zijn ministerspetje op had, was dat de topinkomens in de private sector voor de overheid nu eenmaal lastig aan te pakken zijn (jammer, jammer, jammer…). Maar hij vergat erbij te zeggen dat die 52% sowieso al binnen zijn. En hij vergat er ook bij te zeggen dat de overheid in de publieke en semi-publieke sfeer wel degelijk het nodige in de pap te brokkelen heeft. Maar wedden dat daar ook in 2010 nog steeds veel heren (en ook een paar dames) zullen rondhuppelen die een veelvoud verdienen van het salaris van de heren Bos en Balkenende ?

En verder ?

Goed, dat waren dus veren 1 en 3. Wat blijft er dan nog over ? Waar ben ik het gewoon mee eens (of althans grotendeels mee eens)?

- Nationale identiteit én internationale oriëntatie (veer 4)(die twee hoeven elkaar, zo stelt Monasch terecht vast, niet uit te sluiten)
- Zorgdragen voor eerste klas collectieve voorzieningen (veer 2) (let wel op de volgorde: onderwijs, gezondheidszorg, sportvoorzieningen én …. veiligheid. Je zou toch denken dat veiligheid voor alles komt - en dat sportvoorzieningen van een heel andere orde zijn dan veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg, maar goed …)
- Demontage van de grootschaligheid (nr. 5)
- Respect voor de problemen van burgers (nr. 6)(een open deur zou je zeggen, maar dat valt tegen hoor ...)

Klinkt dat allemaal bekend, zegt u ? Klopt! Dat heeft iemand niet zo lang geleden al eerder bepleit. Zijn naam begint met een F. Ene meneer V.d. G. heeft hem kaltgestellt en zijn fans en epigonen, in haast benoemde clubgenoten en would-be opvolgers hebben hem te schande gemaakt. Tja ...

Verwacht geen Margot Kranenburgje van mij: ik zal voorlopig geen lid worden van de PvdA en mijn stem krijgen ze ook niet. Daarvoor staat de smaak van de partij me nog altijd te zeer tegen. Maar een stap in de goede richting doet Monasch met dit manifest m.i. wel. (Zie in dit verband ook het recente pamflet van Joost Zwagerman ‘De schaamte voor links’ en ‘Geloof in de ondernemende kracht van mensen’, een wat slordig geschreven stuk van een aantal ondernemers binnen de PvdA
– ja, die bestaan!)

Van de acht aan het begin van dit stuk genoemde historische lakmoespunten komen er in Monasch‘ pleidooi elk geval vier expliciet aan de orde. Ook al zoekt hij soms de randen op, een sociaal-democraat (met streepje) is hij en blijft hij.




Linkervuist in de lucht, maar reeds met een knipoog
;-)
London, voorjaar 1989. Schrijver dezes bij het graf van K. Marx, kort voor hij liberaal werd (schrijver dezes wel te verstaan!)



*****************

Geen opmerkingen: