Of: indien 'als' te gewoontjes is ..
“Als ik thuiskom na mijn werk, drink ik
meestal een glas bier. Als we honger krijgen, gaan mijn vrouw en ik naar de
keuken en maken we het eten klaar. Als alles klaar is, dekken we de tafel; we
scheppen onze borden vol en beginnen te eten. Als we klaar zijn met eten, ruim
ik meestal de tafel af en doe ik alles
in de afwasmachine. Als we een paar uur later naar bed gaan, is alles lekker
schoon. Als we eenmaal liggen, probeer ik vaak nog wat te lezen, maar meestal
val ik al snel in slaap.“
Geen bloedstollend proza – ik geef het toe. Tamelijk lelijk
bovendien, met al dat ge-als. Maar volkomen
natuurlijk, authentiek en adequaat als beschrijving van iemands avondroutine. Je hoort het oom Bob (de borderline autist van
de familie) als het ware opzeggen ter gelegenheid van de verjaardag van neef
Henk. Voor de vijftigste keer. Terwijl
de andere aanwezigen zachtjes wegdoezelen, of de kamer stiekem verlaten,
of wanhopig trachten van de monoloog een gesprek te maken, bij voorkeur over
een heel ander onderwerp – maakt niet uit wat …
Maar wat nu als oom Bob als volgt leegloopt?
“Wanneer ik thuiskom na mijn werk, drink ik doorgaans
een glas port. Wanneer wij honger krijgen, gaan mijn echtgenote en ik naar de
keuken en bereiden wij het diner. Wanneer alles klaar is, dekken wij de tafel;
wij scheppen onze borden vol en beginnen te eten. Wanneer wij klaar zijn met
eten, ruim ik meestal de tafel af en deponeer ik een en ander in de
afwasmachine. Wanneer wij ons een paar uur later ter sponde begeven, is alles heerlijk
proper. Wanneer wij eenmaal liggen, tracht ik dikwijls nog wat te lezen, maar
meestal word ik al snel door slaap overmand.”
Nu schrikt iedereen wakker! Wat is er gebeurd? Heeft
Bob ondanks zijn probleempje een spectaculaire serie promoties gemaakt en zit
hij nu in de raad van bestuur van De Nederlandsche Bank?
Heeft hij iets veel sterkers gebruikt dan bier of port? Is hij in de ban
geraakt van de vroeg achttiende-eeuwse poëzie? Of heeft hij wellicht kennis
gekregen aan een voormalig hofdame van Hare Majesteit?
Want zo werkt het voegwoord ‘wanneer’
in onze geliefde moedertaal. Het kán. Het bestaat en het wordt zelfs tamelijk
vaak gebruikt. Maar dan toch vooral op papier en/of als we de (zogenaamd zeer
on-Nederlandse) aanvechting krijgen om eens een keertje niet
‘gewoon te doen’. Voor als ons ‘gewoon’ bij hoge uitzondering niet gek genoeg
is, zeg maar … En dat is kennelijk steeds vaker het geval. Stak dit ‘deftige wanneer’ vroeger vooral de voorname
kop op in politieke redevoeringen, bij prijsuitreikingen en grafredes, deze eeuw hoor je het ook in
televisiecommercials en is het te lezen in bijsluiters en andere gebruiksaanwijzingen.
Ik verdien een deel van mijn dagelijks brood door buitenlanders
wegwijs te maken in het Nederlands. Soms valt dat mee, soms ook helemaal niet. De
meeste van mijn cursisten spreken Engels, sommigen zijn zelfs van huis uit
Engelstalig. In de meeste boekjes voor beginners wordt ‘wanneer’ tegenwoordig
gelukkig exclusief gebruikt als vraagwoord (Wanneer vertrekt de bus
naar Ter Apel ?) en komen talrijke zinnen voor met het alledaagse
voegwoord ‘als’ (dat overigens niet alleen het eenvoudige broertje is van het
‘deftige wanneer’ maar tot overmaat van
ramp ook van dat andere stadhuiswoord …. ‘indien’ - maar dit terzijde). Zodra men echter toe is aan de boekjes voor
halfgevorderden, struikelt men als het ware over het chique w-woord. Dit tot
grote opluchting van velen want, zeg nou zelf: van when
naar wanneer, dat is te overzien. Dat ligt
lekkerder op de lip dan dat exotische ‘als’. En ook de Duitstaligen maken een
vrolijk dansje, want in hun taal is ‘als’ het
equivalent van ons voegwoord ‘toen’ (het verleden-tijd-neefje van als en
wanneer). En niets maakt bij het leren van een nieuwe taal zo duizelig als dit
soort tijdsverwarring …
Toch wil ik niet dat mijn cursisten in het Nederlands
gaan klinken als uncle Bob on LSD. Wat te doen?
Goede raad is duur …
Het is hier dat ik - nota bene sinds jaar en dag behept
met een mild republikeinse gezindheid - nu en dan onze vorstin van stal haal.
Nee, dat klinkt te weinig respectvol … dat ik af en toe Koningin Beatrix gebruik om … Stop! Dat is nog erger …
Het is hier dat ik soms, met een knipoog natuurlijk,
het onderscheid maak tussen mijn Nederlands
en dat van de Koningin. Zo van: zij zegt ‘wanneer’, ik zeg ‘als’; zij zegt
‘echter’, ik zeg ‘maar’; zij zegt ‘vrijwel’, ik zeg ‘bijna’; zij zegt ‘enkele’
of ‘enige’, ik zeg ‘een paar’ – en ga zo
maar door … (want als je je er een beetje in verdiept, blijkt er in ons
polderland een hele parallelle taaldimensie te bestaan; eng eigenlijk wel …) Ik
leg het er natuurlijk dik op want dat moet bij onderwijs. Maar hoe dan ook: het
werkt. Er wordt gelachen, men krijgt geleidelijk aan gevoel voor register en –
verdraaid – er wordt bij het vrij spreken ineens een stuk minder gewanneerd. Victorie!
Met die knipoog moet je
nog uitkijken trouwens, want die betekent lang niet overal hetzelfde, heb ik
inmiddels begrepen. Maar daarover misschien een andere keer …
Geen opmerkingen:
Een reactie posten