woensdag

Gedroomde verwarring

“Conservatieven keren zich tegen de linkse kerk, net als de rechts-revolutionaire navolgers van Fortuyn. Maar het is een wankele coalitie. Want de denkbeelden van de conservatieven komen uiteindelijk meer overeen met die van traditionele islamieten dan met die van Pim.” Aldus opent het artikel “De conservatieve verwarring” (Vrij Nederland, 3 juli). De vraag is echter bij wie de verwarring het grootst is: bij Nieuw Rechts of bij auteur Pieter Hilhorst … Of is die er juist op uit om verwarring te zaaien?

Wanneer Bart Jan Spruyt in een discussie met moslimjongeren terecht stelt dat je niet zomaar een nieuwe identiteit kunt aannemen zoals je een nieuwe jas aantrekt, dan vindt Hilhorst dat in tegenspraak met eerdere uitspraken van de directeur van de Edmund Burke Stichting die erop neerkomen dat Nederland in de 21e eeuw onomwonden moet kiezen voor zijn eigen (westerse) beschavingstraditie, of capituleren voor een “vreemde cultuur met waarden die haaks op onze verworvenheden staan”. Ik zie de tegenspraak niet. Is het niet realistisch te veronderstellen, of eigenlijk te constateren, dat het aanpassingsproces van de nieuwkomers van nu, en van de afgelopen halve eeuw, generaties zal duren, dat het voor vele betrokkenen zwaar en pijnlijk zal zijn, en dat het een enorme impact zal hebben op Nederland? En dat deze problematiek tientallen jaren werd onderschat, zo niet bewust met de mantel der liefde bedekt? Zoals het overigens realistisch is om te accepteren dat je wie nu legaal in ons land verblijft, niet meer weg kan of moet willen sturen. Maar dat doet niets af aan de relevantie van ‘Spruyts keuze’. En het gaat hier heus niet om een wereldvreemd waandenkbeeld van een enkele academische boekenwurm. Wijs tijdens een verjaardagsfeestje maar eens op het demografische feit dat Amsterdam en Rotterdam binnen afzienbare tijd overwegend islamitisch zullen zijn … en je zult zien hoezeer dergelijke ontwikkelingen leven. Des te treuriger dat Balkenende-II en de rest van mainstream Den Haag een en ander nog altijd zo schroomvallig en dubbelhartig benaderen. Dubbelhartig en tegelijk erg doorzichtig: men probeert immigratiepolitiek te bedrijven onder de vlag van de integratie (in deze kritiek vinden rechts en links elkaar bij hoge uitzondering!) Inburgeren moet – daar is bijna iedereen het wel over eens. We moeten alleen nog met elkaar afspreken hoe, hoe snel of langzaam en op wiens kosten – o ja, en ook wat het precies inhoudt. Maar is het niet veel urgenter te denken en te praten, bij voorkeur openlijk, over waar het ophoudt? Velen vielen destijds over de provocerende uitspraak van Pim Fortuyn, maar aan actualiteit heeft hij eerder gewonnen dan verloren: dweilen met de kraan open is nog altijd een futiele bezigheid.

Realisme dus. En er zijn aan de allengs drukker en populairder wordende rechterzijde van het politieke spectrum veel meer realisten en genuanceerde denkers dan Hilhorst geneigd is te veronderstellen. Spruyt is er een van.

Andreas Kinneging is een andere. Die stelde onlangs dat het met Europa nooit echt iets wordt zonder gemeenschappelijke taal en identiteit. Een tikje malicieus spreekt Hilhorst van “een bijna jacobijns pleidooi om vanboven af een nieuwe identiteit op te leggen aan de Europese bevolking.” Ik was er niet bij hoor; Hilhorst wel. (Sterker nog: hij leidde het debat.) Maar zou Kinneging dat nou serieus gemeend hebben? Of bedoelde hij dat, juist omdat die gemeenschappelijke identiteit er deze eeuw waarschijnlijk niet echt in zit, men ‘Europa’ voorlopig beter beperkt kan invullen? Liever een geslaagd economisch en vredesproject, immers, dan een geïmplodeerd Europa ten gevolge van expansiedrift en onvervulbare ambities. (En wat mij betreft trouwens ook liever wat meer nationale soevereiniteit mét, dan ‘meer Europa’ zonder democratische controle). Verderop in het artikel erkent Hilhorst terloops wel dat Kinneging op deze lijn zit. Diens ‘jacobijns peidooi’, zo geeft hij toe, is vooral een provocatie aan het adres van zogenaamde pragmatici “die niemand met een meeslepende toekomstvisie op Europa willen lastig vallen”, een protest tegen de sluwe houding der euro-technocraten (“als niemand weet waar we heen gaan, kan ook niemand ertegen zijn”).

Zo zit het artikel vol met pogingen om wat ik persoonlijk graag Nieuw Rechts of Democratisch Rechts noem, op een nogal geforceerde wijze zwart te maken. Toegegeven, het is niet langer het pikzwart van Mussolini’s hemden, of het bruin van nazi-uniformen. Dat is op zich verfrissend. Maar nu zijn de moderne (neo-)conservatieven kennelijk aan de beurt: Hilhorst kan de verleiding niet weerstaan om van hen een soort reactionaire spruitjes-karikatuur te schetsen. Opnieuw toegegeven, de denkers in en rond de Edmund Burke Stichting zijn niet over één kam te scheren met de “radicale, nationalistische liberalen” uit de Fortuyn-beweging. (Waarom die laatsten bij herhaling “revolutionair” worden genoemd is mij – ik ben er zelf een – volstrekt onduidelijk; het epitheton democratisch lijkt mij veel meer to the point.) Dat een thema als kuisheid bij Pim Fortuyn minder lekker viel, is onmiskenbaar. Maar religiositeit speelde in zijn denken wel degelijk een rol; en als Hilhorst Fortuyn eendimensionaal neerzet als een “uitgesproken individualist” die niets moest hebben van patriarchale structuren, bewijst hij alleen maar diens werk niet echt goed te kennen.

De kern van de conservatieve verwarring, en van de tegenstelling tussen de zogenaamde echte conservatieven en ‘vals rechts’, zit volgens Hilhorst vooral in de afwijkende inschatting van de mate waarin de samenleving maakbaar of stuurbaar is. Hij erkent dat conservatieven niet “per definitie verdedigers zijn van de status-quo.” Zij zijn echter wel sceptisch “over de mogelijkheden om de samenleving naar eigen smaak in te richten” en “houden niet van utopische projecten.” De LPF, Balkenende c.s., Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders daarentegen wél, zo suggereert Hilhorst.

En waarmee staaft hij dat? Nou, hun houding t.a.v. integratie, de verzorgingsstaat en de eigen verantwoordelijkheid van burgers ... Op die punten proberen zij immers de samenleving naar hun hand te zetten of althans te beïnvloeden. Ja, dat haal je de koekoek!! Je zou ook kunnen zeggen: ze bedrijven politiek, en ze dat kwalijk nemen. Links ziet immigratie en de zogenaamde multiculturele samenleving inmiddels als natuurverschijnselen die je gewoon op hun beloop moet laten. Maar het gaat hier juist om resultaten van hun eigen jarenlang stug volgehouden utopisme! En van dat utopisme zijn hele stukken nog springlevend, getuige de volgende laatdunkende maar serieus bedoelde passage uit Hilhorsts essay: “De gedachte is dat de huidige verzorgingsstaat mensen afhankelijk maakt (…). Van scepsis ten aanzien van de eigen veronderstelling – valt de grote inactiviteit wel terug te voeren op onwil van de betrokkenen om hun lot in eigen hand te nemen? (cursivering H.A.) – is niets te merken.” Nee, niets is zeker - dat staat vast; maar dat op zijn minst een substantieel deel van de inactiviteit in Nederland wel degelijk terug te voeren is op onwil, is toch op zijn allerminst aannemelijk. De gelegenheid maakt de dief - een waarheid als een koe, die je vroeger niettemin slechts in De Telegraaf kon lezen. Wat is er mis met een andere benadering, na maar liefst zo’n dertig tot veertig jaar van die ene: ‘iedereen is goed, niemand maakt misbruik’?

Op dit punt, drastische hervorming van de Vertroetelstaat (volgens sommigen: redding van de Verzorgingsstaat), vinden de Burke Stichting en de LPF elkaar, maar ook forse vleugels binnen VVD, CDA, een groep als de libertariërs en wat er over is van de Leefbaar-beweging. En dat is gelukkig niet het enige. Ook al is het niet de bedoeling van de auteur van het Vrij Nederland-artikel, gaandeweg treden andere overeenkomsten aan het licht: gedeelde afkeer van de linkse kerk en de gedoogcultuur; herbezinning op gezag en hiërarchie; het belang van opvoeding, onderwijs en werk; een veel lagere waardering van ‘de jaren zestig’ dan bon ton in de grachtengordel; Verantwortungsethik boven Gesinnungsethik (oftewel resultaat boven goede bedoeling, zie b.v. ontwikkelingssamenwerking); en natuurlijk niet te vergeten ‘normen en waarden’. Wat dat laatste betreft, zijn er zelfs raakvlakken tussen Democratisch Rechts en de in linkse kringen onverdachte socioloog Gabriël van den Brink, die er in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoek naar deed. Ook hij benadrukt de noodzaak van een beschavingsoffensief. Maar wat Van den Brink voor ogen staat, lijkt volgens Hilhorst natuurlijk in de verste verten niet op (zijn karikatuur van) de inzichten van de Edmund Burke Stichting. Nee, die passen volgens hem veel beter bij het denken in traditioneel-islamitische kring (bien étonnés de se trouver ensemble!)

Wil de echte conservatief nu opstaan?, schampert Hilhorst tot slot. Daar zal hij nog aan terugdenken als er straks weer echt iemand opstaat.

Hans Aniba - voorm. vrzt. LPF Den Haag